Het kerkelijk landschap in Nederland is al jaren sterk in beweging en het thema van kerkverlating is onverkort actueel. Het maakt dat men in veel regio’s rekening moet houden met krimpscenario’s van afnemende inkomsten en bezoekersaantallen, terwijl de kerkelijke gebouwen ‘onveranderlijk’ lijken in hun aanwezigheid in stad, dorp of wijk. Speelt daarnaast ook nog eens mee dat de behoefte aan samenkomen en de wijze waarop, ook aan verandering onderhevig is: naast de inzet van hedendaagse audiovisuele middelen, lijkt ook de ruimte voor ontmoeting voor en na een samenkomst een steeds belangrijkere plaats in te nemen. Neem daarbij de veelal verouderde en slecht geïsoleerde gebouwen met een gering binnen-comfort en  hoge energielasten – en die op een of andere wijze mee zullen moeten in de energietransitie – en het totaalplaatje is wel geschetst.

afb.: ideeënschets kerkconcept 21e eeuw

In de komende 10 tot 15 jaar zullen nog een flink aantal kerkgebouwen worden afgestoten voor sloop-nieuwbouw dan wel herbestemming, maar ook de gebouwen die resteren, zullen mee moeten in de transitie naar een duurzaam, flexibel en toekomstbestendig gebruik. Hiervoor is momenteel op bestuurlijk niveau veel aandacht, o.a. door het opstellen van zgn. kerkenvisies, waarin een en ander op het gebied van beleid, exploitatie en beheer (vaak kerkgebouw-overstijgend) wordt onderzocht en vastgesteld. Op zich noodzakelijk voor het verkrijgen van objectief inzicht en draagvlak aan de hand van kengetallen en ervaringscijfers, maar wat kunnen de praktische handreikingen zijn?

Basisconcept

In de midden jaren 90 ben ik al afgestuurd op een ontwerp voor een kerk van de toekomst. Mijn inzicht daarover heeft zich in de afgelopen jaren verder verdiept en eigenlijk resulteert dat in een basisconcept voor een kerk in de 21e eeuw.

Interessant is om te kijken hoe dit te vertalen is naar de hedendaagse situatie met bestaande kerkgebouwen. In die zin is de opzet wel veel meer vergelijkbaar met hedendaagse semi-openbare publieksgebouwen, zoals bibliotheken, theaters, bioscopen, onderwijsinstellingen en stadskantoren, maar dan uiteraard veelal kleinschaliger, waarbij een ontmoetingsplein of ruime foyer een eerste ontvangstruimte is voor een bezoeker. Eigenlijk keert de kerk weer terug naar zijn oorspronkelijke basilicale hoofdvorm en functie: de overdekte markthal uit de eerste eeuwen nC.

Modulair en circulair

Uitgaande van een krimpscenario is een ruimte-binnen-een-ruimte een voorstelbaar concept, waarbij de eredienst dus wordt gehouden in een nieuw ingebracht ‘intiem’ volume, voorzien van veel hedendaagse middelen en faciliteiten en de resterende ruimte eromheen wordt gebruikt voor ontmoeting. Door zorgvuldig om te gaan met de nieuwe binnenhuid, kan – indien gewenst – de unieke sfeer en identiteit van de bestaande kerk zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Deze opzet leent zich ook wel voor een breder, cultureel en educatief gebruik, een bijkomend voordeel als het gaat om exploitatie en gebouwbeheer.

Door deze opzet modulair aan te bieden, d.w.z. in breedte, diepte en hoogte variabel, is maatwerk afgestemd op de specifieke gebouwkenmerken, vrij goed mogelijk.

afb.: verschillende modulen

Conceptontwikkeling

En door dit turn-key aan te bieden (ontwerp – ontwikkeling – assemblage en uitvoering in één) wordt de druk op de planontwikkelingskosten per gebouw teruggedrongen en de overlast qua planvoorbereiding beperkt. Opgedane kennis en ervaring wordt immers opnieuw gebruikt door de inzet van vaste bouwpartners. Nader te onderzoeken valt of hier verschillende varianten aan financieringsconstructies op van toepassing zouden kunnen zijn.

Een ruimte-binnen-een-ruimte leent zich – zeker ook binnen een bestaand kerkgebouw – goed voor een ‘droog’ bouwsysteem met zoveel mogelijk vooraf geassembleerde en hanteerbare (lichte) prefab bouwelementen. Het vrij in de ruimte plaatsen van vloer, wanden en plafond en het vooraf nadenken over standaardisatie, montage en demontage, is nadrukkelijk aan de orde en het gedachtegoed vanuit het circulaire bouwen is hierbij een dankbaar uitgangspunt. Dat geldt ook voor de ‘zelfvoorzienende’ installaties, die ingebracht zullen worden.

afb.: modulaire opzet ‘droog’ bouwsysteem

En verder . . .

Niet alle kerkgebouwen zullen voor deze aanpak in aanmerking komen. Voor (rijks)monumenten met  vaste waardevolle en cultuur-historisch gevoelige inrichtingselementen bijvoorbeeld, zal dit ‘een brug te ver zijn’ en natuurlijk zijn er in algemene zin gebouwspecifieke randvoorwaarden (vloerbelasting / orgelopstelling / dakdoorvoeren e.d.), die een toepassing als hierboven omschreven mogelijk zullen bemoeilijken, maar voor een heel aantal kerkgebouwen, die soms op markante plekken aan pleinen of in wijken staan, kan dit wel een serieuze overweging waard zijn. Zelfs industrieel erfgoed zou bij deze aanpak gediend kunnen zijn.

afb.: ‘zomer’-kerkopstelling met schuivende panelen

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact voor extra informatie.
Zie hiervoor de gegevens onder de tab CONTACT.